Graan malen

Graan malen.

De Oostmolen maalt nog steeds graan tot meel. Wat daar allemaal voor komt kijken, proberen we u hier uit te leggen. Allereerst moet er voldoende wind zijn om te kunnen malen, immers de molen moet de zware molenstenen ronddraaien. Ook moeten we graan, het liefst spelt hebben aangekocht. Eerst wordt de kap wordt aan de buitenzijde met een kruirad op de wind gekruid, zodat het gevlucht recht op de wind komt te staan (zwichten). Met haken wordt het kruiwerk vastgezet zodat de molen niet kan verlopen. Daarna worden de zeilen op de molen gezet.

Hierna kan de molen gaan draaien en worden de maalstenen in beweging gezet d.m.v. een groot aantal houten tandwielen en assen. De graanbak wordt gevuld met graan.

mol3

Door middel van houten tandwielen en assen worden de stenen in beweging gebracht.

de steenzolder waar de molensteen in werking is.

de steenzolder waar de molensteen in werking is.

Op de steenzolder bevinden zich de twee koppels molenstenen. De molen heeft een koppel blauwe stenen (de stenen het dichts bij de trap) en een koppel natuurstenen. De onderste steen van ieder koppel heet de ligger, de bovenste steen de loper. Uit de voorraadbak valt het graan op de schuddebak, die ervoor zorgt dat het graan gelijkmatig tussen de stenen valt.  De molenstenen moeten zo nu en dan gekapt worden om ze scherp te houden. Dit heet het zogenaamde “billen” van de molenstenen. De stenen wegen tussen de 1000 en 1400 kg. per stuk. Ook staat op deze zolder een haverpletter. Deze werd vroeger gebruikt voor o.a. paardenhaver. Het graan wordt door deze pletter geplet, fijner gemaakt, zodat het beter verteerbaar is voor paarden en ander vee.

molensteenVanaf de stenen valt het gemalen graan (meel) door de stortpijp naar beneden. Hier wordt het meel in zakken opgevangen. Met behulp van de baskuul (weegschaal) worden de zakken meel gewogen. Vanaf de maalzolder komen we op de stelling (vandaar de naam stellingmolen). Op deze stelling wordt de kap d.m.v. het kruirad op de wind gedraaid. De wieken moeten om de molen te gebruiken met de kop op de wind staan. Het geheel wordt verankerd door middel van kettingen met haken die in de stelling vastgezet worden.

Aan de koningsspil zit een stuk lager de luitafel vast die samen met de luias met daaraan het luiwiel en het gaffelwiel het luiwerk (e) vormt. Hiermee worden de zakken met graan of meel op windkracht op en neer getakeld.

En zo gaat het meel naar de bakker om er brood en andere zaken van te bakken.

Share

Geef een reactie