Restauratie in de loop der jaren

Restauratie in de loop der jaren:

Sedert de oorlog werd er met de Kloetingsemolen niet meer met de wind gemalen doch het noodzakelijke onderhoud werd regelmatig uitgevoerd. Bij verkoop aan de heer Mans was alles nog in tact en werkte naar behoren. De gehechtheid aan de molen was sterk. Maar de algehele toestand was slecht, simpelweg door de ouderdom; de molen was ‘op’.

Een grote restauratie was noodzakelijk en deze is 1978 uitgevoerd. Bij deze restauratie zijn alleen de romp en het gaande werk in tact gebleven. Alle balken en vloeren in de molen waren dringend aan vernieuwing toe. Ook de draagbalk is toen vernieuwd. Ook de balie moest volledig worden vernieuwd. Hierbij werden de liggers bevestigd aan hardstenen neuten die in de muur werden gemetseld. Boven aan de romp werden de rolvloer en de kuip geheel vernieuwd en bij Boele Scheepswerven in Bolnes werden betere, zuiver cirkelvormige railzen gemaakt voor het ‘Engelse’ kruiwerk. De kap is ook geheel vernieuwd. Ook werd het versleten koppel, 16-er, blauwe stenen vervangen door een koppel 17-ers en werd de overbrenging daarvoor aangepast door het aanbrengen van een groter steenschijf. Beide stenen werden in de molen van een nieuw scherpsel voorzien. Verder verhuisde de buil van de maalzolder naar de begane grond waardoor de werkruimte op de maalzolder aanzienlijk verbeterde. En zoals eerder is aangegeven kwamen er nieuwe roeden in. (zie ook geschiedenis)

In maart 1978 is de molen feestelijk geopend door de toenmalige Minister van OCW, Mevrouw Gardeniers. Eraan voorafgaand was er een receptie door de Ambachtsvrouwe in haar jachthuis van waaruit de molen goed te zien is. Daarmee werd de oude relatie tussen de Ambachtsheerlijkheid en de molen weer eens bevestigd.

Omdat de heer Mans de molen als particulier in bezit had en dit zeer kostbaar is heeft hij in 1996 voor een stichtingsvorm gekozen.

Hierdoor kwam er een hogere subsidiebijdrage van het rijk beschikbaar.

In 1998 is een tweede restauratie aan de molen, door de “Stichting”, uitgevoerd.

Belangrijk onderdeel bij deze restauratie was het metsel- en voegwerk.

In de laatste oorlogswinter is er in de buurt van de molen nog gevochten en ter hoogte van de steenzolder is de muur zwaar beschadigd geweest door een granaatinslag. De mensen die in de molen waren gevlucht is niets overkomen. Kort na de oorlog is dat gat heel vakbekwaam hersteld door een metselaar uit Zeeuws-Vlaanderen die tijdelijk in de buurt geëvacueerd was. Het voegwerk op deze plek was nog geheel in tact en behoefde geen herstel. Complimenten aan deze onbekende metselaar!

Daarbij is er in overleg met de Rijksdienst voor de Monumenten gekozen voor een ander verfsysteem. In plaats van elk jaar de molen een keer te witkalken is er gekozen om een vochtregulerende witte keimlaag aan te brengen.

Aan de binnenkant werd de muur behandeld tegen zwam. Deze zwam is er de oorzaak van dat alle balkkoppen rot waren en moeten worden vervangen. Het herstel van de balkkoppen is reeds bij de eerste restauratie uitgevoerd en aanvankelijk werd de zwam bestreden door het simpelweg te verwijderen en de binnenkant van de muur te kalken. Dat hielp wel wat, maar intussen waren de nieuwe balkkoppen van de maalzolder in 1998 al zodanig aangetast dat deze afgezaagd en met kunsthars, versterkt met glasvezelstaven, aangegoten moesten worden. Gelukkig waren de overige balklagen, in het bijzonder van de steenzolder en de draagbalk hiervoor gespaard gebleven.

Een gespecialiseerd bedrijf heeft in 1998 de binnenkant geïnjecteerd en vanaf dit moment is nu geen zwam meer in de molen.

Ook de vang en het bovenwiel werden in 1998 grondig gerestaureerd.

In verband met zijn leeftijd en door zijn verhuizing naar Frankrijk heeft de heer Mans de Kloetingsemolen aan de gemeente Goes verkocht.

Op vrijdag 12 september 2008 is de molen overgedragen aan een “nieuwe” stichting. Het bestuur van de stichting bestaat nu voornamelijk uit Kloetingenaren.

De molen wordt door een tweetal vrijwillige molenaars draaiend en malend gehouden t.w. Jan Willem Bruel en Rens Deurloo, die allebei vlakbij de molen wonen, wat belangrijk is voor het toezicht, vooral bij (dreigend) stormweer.

Jan Willem kwam al als klein jongen in 1973 of ‘74 met zijn driewielertje uit het dorp naar de molen en heeft gaandeweg het vak geleerd. Hij is letterlijk met de molen opgegroeid. Met name op zaterdag draait of maalt de molen en is iedere geïnteresseerde welkom.


Share

Geef een reactie