Wiekenstanden van de Oostmolen te Kloetinge
Inleiding
In de loop der eeuwen is de traditie ontstaan om met de stand van de molenwieken bepaalde boodschappen over te brengen. In een tijd zonder telefoon of telegraaf vormden de wieken een belangrijk communicatiemiddel. Daarnaast werden en worden wiekenstanden gebruikt om heugelijke of droeve gebeurtenissen kenbaar te maken, zowel binnen de molenaarsfamilie als daarbuiten.
Uit onderzoek van B.D. Poppen blijkt dat het gebruik van de zogenoemde wiekentaal regionaal kan verschillen en breder wordt toegepast dan uitsluitend binnen molenaarsfamilies. Ook bij de Oostmolen te Kloetinge worden de wieken bij bijzondere gelegenheden in specifieke standen gezet.
Om hierin zo eenduidig mogelijk te handelen, hanteert het bestuur van de Stichting tot behoud van de Oostmolen te Kloetinge de onderstaande richtlijnen.
Vastgestelde wiekenstanden
- Vreugdestand
De onderste wiek vóór de romp staat voor vreugde. Deze stand wordt gebruikt bij heugelijke gebeurtenissen, zoals een geboorte of huwelijk.
- Bij een geboorte blijft de molen doorgaans ongeveer één week in de vreugdestand.
- Bij een huwelijk wordt de molen uitsluitend op de dag van de huwelijksvoltrekking in deze stand gezet.
- Indien passend, kan de molen in deze stand worden versierd met vlaggetjes.
De Oostmolen wordt in de vreugdestand gezet bij:
- een geboorte of huwelijk in het gezin van een molenaar;
- een huwelijk van een actief bestuurslid of vrijwilliger van de Oostmolen;
- gebeurtenissen binnen het Koninklijk Huis;
- gebeurtenissen betreffende de beschermheer van Vereniging De Hollandsche Molen;
- gebeurtenissen betreffende de Ambachtsheer van Kloetinge;
- gebeurtenissen betreffende een Gildebroeder van de Confrérie van Sint Sebastiaan te Kloetinge.
Daarnaast wordt de molen tijdens de viering van de verjaardag van de Koning in de vreugdestand gezet.
Bij andere feestelijke gelegenheden kan de molenaar, naar eigen inzicht, besluiten de molen in de vreugdestand te zetten.
- Rouwstand
De onderste wiek voorbij de romp staat voor over of voorbij en wordt gebruikt bij overlijden.
De Oostmolen wordt in de rouwstand gezet bij het overlijden van:
- een molenaar;
- een actief bestuurslid of vrijwilliger van de Oostmolen;
- een lid van het Koninklijk Huis;
- de beschermheer van Vereniging De Hollandsche Molen;
- de Ambachtsheer van Kloetinge;
- een Gildebroeder van de Confrérie van Sint Sebastiaan te Kloetinge.
Bij het overlijden van een Gildebroeder wordt tevens een zwarte wimpel op de molen gevoerd.
Indien een molenaar wordt begraven op het kerkhof bij de molen, draait de molen mee met de begrafenisstoet.
- Korte ruststand
De plusstand geldt als korte ruststand. Deze stand wordt gebruikt wanneer de molen tijdelijk niet in bedrijf is.
- Lange ruststand
De kruisstand (diagonaal) is de lange ruststand en wordt toegepast wanneer de molen gedurende een langere periode niet wordt gebruikt.
Historisch werd deze stand gebruikt om doorhangen van houten wieken te voorkomen; ook bij moderne wieken blijft dit de gebruikelijke ruststand.
Slotbepaling
Het toepassen van de hierboven beschreven wiekenstanden is te allen tijde afhankelijk van de beschikbaarheid en bereidheid van een molenaar om de molen veilig in de gewenste stand te zetten. Het is mogelijk dat dit niet in alle genoemde gevallen gerealiseerd kan worden.
Het instellen van wiekenstanden vindt uitsluitend plaats indien dit veilig en verantwoord kan geschieden.
Kloetinge, 9 januari 2026
Het bestuur van de Stichting tot behoud van de Oostmolen te Kloetinge
De voorzitter, De secretaris
M.A. Bierens M. Wolff




