De blauwe maalstenen van de Oostmolen.

Tijdens de restauratie van de Oostmolen in 1978/1979 zijn de oude maalstenen vervangen door een nieuw koppel 17-er blauwe stenen. Oorspronkelijk was de blauwe steen een 16-er, maar zowel de loper als de ligger waren versleten. Daarom werd besloten een groter koppel 17-er stenen in de molen te plaatsen.

Tegelijkertijd werd de overbrengingsverhouding aangepast. Het oude steenschijf met 17 staven werd vervangen door een nieuw exemplaar met 23 staven. Daardoor veranderde de overbrenging van 6,61 naar 4,92. Dat was beter passend bij de relatief kleine vlucht van de Oostmolen van 21,70 meter.

De nieuwe blauwe ligger kwam uit het motorgemaal van de molen van Sommelsdijk en was daar eerder loper geweest. De nieuwe loper werd besteld bij een steengroeve nabij Nieder-Mendig in de Eifel. Deze streek staat bekend om de winning van blauwe, ook wel Duitse, molenstenen.

De groeve was in die tijd eigendom van de molenstenenfabrikant Reijer Rutgers uit Wageningen. Bijzonder is dat deze steen de eerste was die na de oorlog door de groeve werd geleverd. Dat maakte de levering ook voor de groeve zelf bijzonder; men zag het als een teken dat er weer eens iemand belangstelling had voor een molensteen.

Beide stenen werden vervolgens vlak gemaakt en onder de rei gebracht bij steenhouwerij Timmerman in Nieuwerkerk op Schouwen. De loper werd daarbij aangepast met een zogenoemde loperarm in de krop. Eenmaal in de molen werd een zwaaischerpsel aangebracht met 64 kerven, een vooruitsnijding van 8 centimeter en een straal van de kerven van 180 centimeter. Op de ligger wordt alleen nog om de andere kerf gescherpt, om uiteindelijk 32 brede kerven te krijgen. Deze steen heeft een Engelse rijn.

De 17-er kunststeen is een zelfscherper met pandscherpsel van Jasperse uit Aarle-Rixtel. De vijlkant is zeer zacht, terwijl het verdere bodemsel harder is. Bovenop de kerf is hij uitzonderlijk hard. Het schijf hiervan heeft 24 staven en een overbrengingsverhouding van 4,71. Deze steen heeft een tweetaksrijn, die kan wiebelen in de kassen waarin hij ligt. De rijn rust weer op een soort kogel op de kop van het peerijzer.

Op de steenzolder ligt bovendien nog een oude viertaksrijn. Ook is er een kleine collectie ijzeren wiggetjes aanwezig waarmee de stenen vroeger konden worden afgesteld.

Deze gegevens zijn afkomstig uit correspondentie uit 2008 van Peter Mans over de blauwe steen van de Oostmolen.

Share